Luik 5. gedicht
Gij die trots in onbekommerdheid,
het zonlicht hebt bedorven,
en trots de ongedwongen schijn,
der maanlicht hebt geborgen,
omwille van een wilde drang,
in een kille dodenzang,
met de smart,
van een eenzaam hart.
Drang van vernielen,
zal u bezielen,
zang van verblinden,
zal u verbinden.
O vereerde schoonheid van de lelijkheid,
bekeer uw grootheid van vergankelijkheid
Geregistreert 31 maart 1998 bij Sabam.